Maak je borst maar nat
Het muurtje kwam tot heuphoogte. De struiken hingen er enigszins overheen. Tussen het muurtje en de daarachterliggende kleuterschoolmuren was een geheimzinnig, donker oord. Waar je niet mocht komen, dus was het daar heel aantrekkelijk. Dat er prikkelstruiken stonden was ergens niet goed te begrijpen. Langs dat muurtje liep een lange steeg. Er groeide mos op de stenen en voegsel brokkelde her en der af. Ik was een jaar of vijf en mijn slakken waren mijn vrienden. Ik ontdekte dat wanneer je de struiken wat oplichtte van het muurtje, je er veel kon vinden. Grote en kleine slakken. Groenig of bruin. Sommige met geel. En allemaal hadden ze van die mooie dunne sprietjes op hun kopje, met aan de uiteinden kleine ronde balletjes. En als je die sprietjes aanraakte, verdwenen ze volkomen. En dat was zo’n groot wonder. Na een klein poosje kwamen de sprietjes weer terug. Wachten tot ze mooi lang waren geworden en dan weer een zacht tikje geven. En razendsnel verdwenen de sprietjes weer. Hoe langer ik het spelletje speelde, hoe langer het duurde voordat de sprietjes weer terugkwamen. En soms hield de slak het voor gevoeld, dan verdween hij jammergenoeg helemaal in zijn huisje. Ik heb het nooit over mijn hart kunnen verkrijgen om een slak uit zijn huisje te trekken, maar ben eigenlijk nog steeds nieuwsgierig hoe het eind van dat lijfje er nou uit zal zien. Als het regende, ging ik graag naar buiten, op zoek naar slakken. Op een dag rende ik terug naar huis en vroeg om een klein bakje voor een slakje. Ik kreeg van mijn moeder een geel bakje mee van dun plastic. Ze worden nog steeds zo gemaakt, al meer dan dertig jaar dus. Het is het gele bakje waarmee je de melk afmeet voor de gele pudding van zelf-maak-tompoucen. Precies een bakje voor een slak. De juf vond de slak prachtig. En de slak mocht midden in de kring kruipen. Hij begon aan de lange oversteek over het blauwe marmoleum. En liet een mooi, donkerblauw glimmend spoor achter. Hoe lang we in de kring hebben gezeten, weet ik niet meer.
Vroeger had je in ons dorp overstromingen. Die waren leuk. Meestal kwamen ze niet hoger dan laarshoogte. Maar dat is wel veel water. Ons huis was hoog gebouwd, dus liep het niet de kelder in. Maar heel veel huizen om ons heen hadden vloedplanken. Die werden voor de drempel geplaatst en moesten water tegenhouden. Wat meestal niet lukte. Dan moest de brandweer er aan te pas komen. Die zoog dan al die kelders leeg. Het was een heerlijk spannende gebeurtenis, zo’n overstroming. Hele straten stonden blank. Veel mensen in rep en roer. Brandweerwagens stonden te ronken. Een genot om door het water te fietsen met je benen omhoog. De verbazing dat de regen gewoon je laarzen in loopt als je over het schoolplein wandelt.
De geluiden in de wc’s waren wel beangstigend. Een gorgelend geluid wat geen mens kan voortbrengen. Een bezorgde moeder die handdoeken aan komt dragen, voor het geval de wc over zal stromen. Maar als kleuter maak je je geen zorgen en is het alleen maar een prachtige belevenis. Later realiseerde ik me dat die overstromingen niet meer voorkomen tegenwoordig. Verbaasd zat ik daar over na te denken. Zal er nu minder regen vallen? Tot ik me iets anders realiseerde. In mijn jeugd is overal de riolering vervangen. Dus zal er nu een betere hemelwaterafvoer zijn. Wat jammer is dat voor de kleuters van tegenwoordig.
Vanmiddag is de regen begonnen. We waren er al uitgebreid voor gewaarschuwd door de nieuwskanalen. Dergelijke waarschuwingen als nieuwsberichten, vind ik een grote mate van onzinnigheid hebben. Dat dát nieuws moet zijn. Het weer is voor kundigen aardig te voorspellen, maar bijna geen één keer is het waarschuwingsbericht uitgekomen voor de plek waar ik woon. En dan woon ik behoorlijk centraal in Nederland en ook nog meer richting het westen dan het oosten. Menige donderbui heb ik verwacht, die echter nooit kwam opdagen. Dit even terzijde.
Het regende dus. Het zal door de ervaringen in mijn jeugd komen, dat ik wat heb met de regen. Als je door de regen wandelt, kun je veel ontdekkingen doen. Bijvoorbeeld hoeveel verschillende slakken er zijn. En dat er ineens héél véél slakken blijken te zijn. Vandaag pakte ik er eentje op en wilde hem op mijn laars weer mee naar huis nemen. Maar na twee stappen was hij al van mijn laars gegleden. Helaas had ik geen geel bakje bij me. Dus heb ik hem maar op de stoep achter gelaten. Hoeveel slakken zullen zo’n regenbui overleven, vraag ik me wel eens af, want veel mensen walsen er overheen.
Mijn buik was gezwollen en deed zeer. Waarschijnlijk zijn er ongemerkt gluten naar binnen geslopen vanmorgen. Ze zijn soms zo onzichtbaar en geurloos, waardoor ze het presteren om toch in mijn darmkanaal terecht te komen. Daar vieren zij een feestje, op mijn kosten. Die ik betalen moet met humeur, energie en pijn. Jammer. Een regenwandeling helpt een beetje. Met blote voeten door het natte gras een stuk wandelen, doet darmen goed. Dus stak ik het park dwars over. En kwam er achter dat nat gras kouder is dan de asfaltpaden. Die gloeiden nog wat na van de dag.
Als het regent, is het dom om niet even nat te worden. Want van regen kun je groeien. Dus daag ik mijn kinderen vaak uit voor een regenwandeling. Dan gaan we enkel gewapend met laarzen op pad. Haar, gezicht en kleren moeten nat worden. We hebben dan veel plezier en zoeken grote plassen uit om in te stampen of een glibberig paadje om te glijden. En soms gaan zelfs de laarzen uit. Onderweg kijk ik met mededogen naar de spaarzame andere regen-gebruikers. Want zij doen erg hun best om niet nat te worden, maar ontkomen is heel moeilijk. Zelfs met een regenpak ben je na een fietstocht vaak kletsnat. Maar dan van het eigen loos-zweet. Bepaald minder fris dan een hemelwaterhoos. Mijn mededogen treft vooral de weerzin en frustratie waar ze zich minutenlang in begeven. Dat kan niet gezond zijn. Veel beter is het je over te geven aan dat water. En eenmaal thuis je hoofd lekker uit te schudden en daarna een warme douche te nemen. Na zo’n regenwandeling zien mijn ogen een stuk helderder en voel ik me opgefrist.



Leave a Comment
You must be logged in to post a comment.